Waarom ik mezelf neerzette voor een blanco scherm

Daar zit ik dan voor een blanco scherm. Vannacht heb ik een geleide meditatie gedaan die ging over succes, motivatie en nog iets. Wat ik ervan onthouden heb, is dat er een mooie visualisatie werd geschetst. Ik word altijd blij als er bomen worden gebruikt, of natuur in het algemeen. Ik kreeg de opdracht te visualiseren dat ik over een pad liep dat werd omringd door bloemen en heuvels. In mijn visualisatie was het gras lang en kon ik er met mijn handen doorheen terwijl ik het zanderige pad afliep. Er hing een vriendelijk briesje en ik hoorde vogels even vriendelijk fluiten. In de verte doemde een bos op, daar moest ik heen. Overigens had ik niet veel keus want het pad leidde er naartoe. Al had ik natuurlijk van het pad af kunnen gaan, maar ik was bezig met een meditatie en ik volgde wat de stem mij opdroeg.

Ik kwam aan bij het bos. Terwijl ik op een rustig tempo tussen de bomen door wandelde, hoorde ik bij elke stap de takken onder mijn schoenen knakken. Afgezien van de takken voelde de bodem fluweelzacht aan. Ik liep door totdat ik op een open plek kwam. Vanuit de verte zag ik dat er in het midden een kring van steen was gecreëerd. Of was het natuurlijk? Nee, het was duidelijk gemaakt door mensenhanden, maar enkel van natuurlijk materiaal. Inmiddels was ik aangekomen bij de kring. Ik ging op de rand staan en keek naar beneden. Onder mij lag nog een open plek, een slag kleiner en zo’n tien meter lager. Een stenen trap liep af naar waar een oase van rust zou zijn. Dat wist ik op voorhand, want ik was al eerder op deze plek geweest. In het Sonsbeekpark bezocht ik eens een buitententoonstelling; daar was net zo’n open plek middenin het bos met een stenen trap die naar beneden leidde, waar een plek was gecreëerd voor rust en bezinning.

Terwijl ik de trap afdaalde, raakte ik dieper in mijn onderbewustzijn. Ik voelde mijn lichaam loom en zwaar worden en onwillekeurige tintelingen die ik nooit eerder had gevoeld. Eenmaal beneden werd ik omringd door natuurlijk uitziende muren die tegelijkertijd dienst deden als trap of zitplek. Ik voelde me veilig. Ik voelde me kalm, sereen. In de visualisatie moest ik iets meer ruimte maken, want daar stond een boom, vertelde de stem. Ik zag een grote boom voor me met een stevige stam en een vol, groen bladerdak. Ik voelde me beschermd door de boom, en nederig. De bladeren waren groen, het briesje liet ze bewegen en door de gaten heen scheen een krachtige zon. Ik voelde de warmte op verschillende plekken op mijn huid. De rest van mijn lichaam werd koel gehouden door de schaduw van de bladeren. Ik moest kijken naar de bladeren die oud en verdord waren. Die bladeren had de boom niet meer nodig, liet ze los en meevoeren met de wind. Vanuit zijn eigen energie liet hij weer nieuwe, verse, groene bladeren groeien. Dat is wat wij als mens met onze eigen kracht ook kunnen doen: loslaten en groeien.

In de boom bevond zich een opening. Ik zag die als een opening van stralend zonlicht. Een uitnodigend licht. Ik mocht door de opening naar binnen kruipen. Ik kwam terecht in een gang. Een lange gang onder de wortels van de boom. Aan weerszijden waren allemaal unieke deuren. De eerste paar waren van hout. Daar gaat mijn voorkeur naar uit, natuurlijk hout. Maar hoe verder ik liep, hoe meer diversiteit er kwam in het materiaal waarvan de deuren waren gemaakt. Er waren stalen deuren, hekken, deuren van beton. Elke deur had een bordje met daarop wat er zich in de ruimte erachter bevond. De bordjes zeiden: verleden, heden, toekomst, verschillende emoties als verdriet, woede, geluk en liefde.

Ik moest de hele gang aflopen naar de allerlaatste deur. Daarop stond: succes. Er stond in werkelijkheid veel meer op, maar dat ben ik vergeten. Maakt ook niet uit; het gevoel en de intentie zijn belangrijker. Deze deur was gemaakt van goudkleurig hout. Hij had een draaiknop. Ik had al een paar verwachtingen gemaakt van wat ik erachter kon treffen, maar wat de stem zei, was veel mooier. Eindelijk mocht ik aan de knop draaien. Ik trok de deur een klein stukje open. Er verscheen een verblindend goudgeel licht door de kier. Het licht wilde naar buiten en nodigde mij met zijn warmte uit naar binnen te gaan. Ik deed de deur verder open. In het echt ben ik zeer gevoelig voor licht, maar deze keer knipperde ik niet eens. Mijn ogen waren wijd open en ik wilde die deur heel graag door. Ik stapte de ruimte binnen.

In het begin zag ik alleen licht. Toen mijn ogen eraan wenden, zag ik in wat voor ruimte ik me bevond. Het was een raamloze, halfronde kamer omsloten door een dikke kasteelmuur. Aan deze muur hingen stevige planken met daarop een aantal boeken. Aan de kanten lagen een paar houten kisten op de grond. De verleideling om te kijken wat er in de kisten zat, lokte. Dat zou het eerste zijn wat mijn zusje zou doen als ze in een kamer als deze zou komen. Maar dat mocht nog niet van de stem. Ik moest voelen. Voelen waarin ik succesvol wilde zijn. ‘Schrijven’, dat woord kwam glashelder door. In witte met zwart omlijnde schreefletters, allemaal onderkast. Ik wist niet of dat woord doorkwam omdat ik dat wilde, omdat het mijn gedachten waren en niet wat mijn onderbewuste mij wilde laten zien. Ik probeerde het woord ‘redactie’ naar voren te brengen, maar dat kwam lang niet zo duidelijk door als schrijven. Toen verscheen ineens het woord ‘boeken’, in dezelfde letters als ‘schrijven’ en met evenveel overtuigingskracht. Ik voelde dat ik blij werd. Ja, ik wil dus toch echt graag boeken schrijven. Kinderboeken, het boek dat ik samen wil schrijven met mijn zus om positiviteit te verspreiden. Kookboeken ook misschien, maar het allerliefst fictieve romans. Wauw, wat zou ik het tof vinden als ik dat zou kunnen. Als ik mensen kon vervoeren naar een wereld die ik heb gecreëerd.

Nu was het tijd een van de kisten te openen. Eén in het bijzonder. ‘Angsten’ stond erop. Ik was benieuwd wat ik erin zou vinden. Ik opende het deksel en tot mijn verbazing zag ik dat de kist leeg was. Ik voelde er met mijn hand in, veegde mijn vinger over de bodem en zag niets dan een laagje stof op de top van mijn vinger. Geen angsten. Oftewel: er is niets dat mij tegenhoudt om boeken te schrijven. Om nu boeken te schrijven. Waarom zou ik daarmee wachten? De tijd is nu. Daarom zette ik mezelf neer voor een blanco scherm en begon te schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *