Kilo’s lichter

Er was eens een klein, zorgeloos meisje dat verzot was op eten. Met haar familie en een kennisoom zat ze aan tafel. Het was haar favoriete moment van de dag: etenstijd. Iedereen zat smakelijk te smullen van het eten dat er in overvloed was. De borden raakten langzaam maar zeker leeg en wanneer dat gebeurt, bedenken mensen of ze nog voor een tweede bordje zouden gaan. Terwijl de kleine meisjeshand naar de opscheplepel reikte, zei de kennisoom tegen de andere meisjes aan tafel: ‘Schep maar nog meer op, hoor! Jullie moeten goed eten.’ En tegen het meisje dat geen aanmoediging nodig had, zei hij: ‘Maar jij niet, Stephanie. Jij bent te dik.’

Ik moet een jaar of elf, twaalf zijn geweest. In ieder geval een leeftijd waarin kinderen bewust worden van zichzelf, en daardoor onzeker. Mijn wereld stopte even. Ik was dik. En dat is geen goed ding, uit zijn toon af te leiden. Ik was dik, want hij zei dat. Waarschijnlijk wist hij niet dat die ene opmerking mijn hele leven zou beïnvloeden. Op de middelbare school begon ik kleding te dragen die minstens twee maten te groot was. Deels omdat ik into hiphop was, deels om mijn vette lijf te verbergen. Ik, een geboren waterrat, ging nooit meer zwemmen, omdat ik me oncomfortabel voelde in een badpak of bikini. Hallo, zwembanden! Stoppen met eten deed ik echter niet, want dat kon ik niet laten. Ik ben altijd een lekkerbek gebleven. Een lekkerbek die onzeker was over haar lichaam.

Als ik nu foto’s bekijk van mij als kind, middelbare scholier en student, zie ik dat ik helemaal niet dik was. Integendeel zelfs, ik had niet eens een buik. Het zelfbeeld dat ik had over mijn lichaam was gebaseerd op een leugen. Pas veel later, toen ik een jaar of dertig was, wist ik dat het uit de klauwen liep. Of dat ik uit mijn voegen scheurde. De striae in mijn jeans verraadden het al. Mijn lichaam werd ronder en ronder. Alles van mijn hoofd tot aan mijn enkels. Deze jaren had ik mij vooral gefocust op mijn geest, wat maakte dat ik mijn lichaam verwaarloosde. Twee jaar geleden vond ik dat het tijd was voor mijn lichaam. Mijn geest was op orde en door de hervonden zelfliefde kon ik met gemak mijn oude voedingspatroon vervangen door een nieuwe, een gezonde.

Mijn lichaam reageerde er fantastisch op. Huidige kleding begon ruim te zitten, oude kleding paste ik weer en mijn onderkin verdween. Bovendien voelde ik me energiek en gewoonweg goed. Mijn lichaam had de juiste proporties. Mijn heupen zijn misschien aan de brede kant, maar dat is by design. Dat hoort zo. De liefde voor mezelf breidde uit naar de liefde voor mijn lichaam. Mijn lichaam hoort immers bij mij.

Opmerkingen over mij daarentegen horen niet bij mij, maar bij de persoon die ze maakt. Wist ik dat maar toen ik nog kind was. Die verloren tijd is niet meer terug te winnen, maar laten we niet blijven hangen in het verleden. Er was eens een meisje dat zich liet beïnvloeden door wat anderen over haar zeiden, maar nu is ze wijzer. En kilo’s aan valse overtuigingen lichter.

Mijn haar, haar haar

Als ik moet kiezen tussen eten of mijn haar laten knippen, dan kies ik voor eten. Deze keuze maak ik al maanden. Hoe graag ik ook naar de kapper wil; eten is belangrijker. Ondertussen groeit mijn haar steeds langer en langer. Naarmate het langer wordt, wordt het zwaarder en zwaarder. Wassen en borstelen kost steeds meer moeite en het gewicht trekt aan mijn schedelhuid, wat resulteert in nek- of hoofdpijn. Dat krijg je als je gezegend bent met dik, stevig en lang haar. Menig kapper is er jaloers op. Elke keer wanneer ik in de kappersstoel zit, moet ik beschamend toegeven dat ik er niets mee doe, behalve het in een staart dragen. Zonde, vindt de kapper. Dus de laatste keer dat ik er was, speelde de kapper met de gedachte dat ik mijn haar kon doneren. Lees verder →

Wat ik heb, kan ik geven

In tijden van schaarste is het goed om stil te staan bij wat je hebt. Correctie: het is altijd goed om te kijken naar wat je wél hebt en daar dankbaar om te zijn. Ik heb familie, vrienden, vrienden die ik familie noem, mijn gezondheid. Nu ik met een opsomming begin, realiseer ik me dat het dingen en personen zijn die je gauw voor lief neemt. Ik heb mijn gehoor, ik kan zien, ik kan schrijven, ik kan lezen.

Een leven zonder schrijven en lezen kan ik mij niet voorstellen. Vorige week heb ik mij als vrijwilliger aangemeld bij het Taalhuis bij CODA. Hier worden mensen geholpen die niet, nauwelijks of met veel moeite kunnen lezen en schrijven. Lees verder →

Slapeloze nacht, woordenrijke notitie

Ik ben nu minder een streber, meer een lever. Zoals een overlever iemand is die overleeft, ben ik iemand die leeft: een lever. Niet te verwarren met het orgaan. Eerder wilde ik alles zo goed mogelijk doen. Nee, perfect. Pas dan zou mijn actie, en daarmee ikzelf, van waarde zijn. Nu zeg ik: ‘Fuck dat, ik ben van waarde, no matter what.’ Ik zal je vertellen, dat brengt zo veel rust in mijn kop. Nu steek ik dus niet al die energie in mijn hoofd, maar geniet ik volop van het leven daarbuiten. Dingen zijn voor mij niet meer gauw ernstig en gewichtig. Nog nooit ben ik zo financieel arm geweest, en tegelijkertijd zo spiritueel rijk. De kalmte in mijn hoofd plaveit de schijnbaar hobbelige wegen, zodat ik mijn stappen kan zetten in de enige richting die ik ambieer: voorwaarts. Terwijl ik mijn pad vervolg, steek ik mijn neus in de lucht en verwelkom de gelukzalige geuren. Ik ben onderweg. Ik geniet. Ik leef.